Wat wordt het in 2017 ?

De “opwarming” van de Aarde heeft veel gezichten en nog meer facetten. Er is veel meer aan de hand dan het CO2 verhaal dat ons bijna dagelijks wordt ingefluisterd of zoals wij het te lezen krijgen in de media. De bomen en de bijen zullen het wel beter weten of voelen. Eén ding is ons totaal niet duidelijk bijvoorbeeld in verband met “de bijensterfte”: twintig jaar terug werd er in de landbouw veel meer gespoten dan nu en met veel “hefiger” middelen dan nu en toen was er van de bijensterfte of “verdwijnziekte” geen sprake en geen aanwezigheid. Nu wordt er in de landbouw in centraal Europa veel minder gespoten en met heel andere (minder schadelijke actieve stoffen) dan vroeger en hebben we wel bijensterfte èn verdwijnziekte van bijen. Er is dus veel meer aan de hand dan de aanwezigheid of gebruik van sproeistoffen in land- en tuinbouw, zowel bij particuliere als professionele toepassing!

De bomen rondom ons zijn dit ook gewaar : zij hebben vaak kleinere en minder bladeren dan vroeger (wilde kastanjes, Catalpa, ...), worden gevoeliger aan o.m. bladziekten (witziekte op Carpinus of haagbeuk bijvoorbeeld) of hebben een heel ander herfstverkleuringspatroon dan vroeger. We stellen bijvoorbeeld vast dat de buitenste bladmassa van grote notelaars op het einde van het jaar meer en eerst verdrogen/verbruinen; nadien volgt de verkleuring van de binnenmassa van deze bomen. De verkleuringspracht houdt ook veel minder lang aan dan vroeger en er is geen vorst nodig om tot een snelle bladval over te gaan. Veel bomen laten ook vaak hun bovenste bladmassa eerst vallen (Ulmus, Fraxinus, Acer,….); het onderste deel van de bladval volgt dan wel de weg naar de bodem een tijd later. Dit zijn fenomenen die we twintig jaar terug NIET zagen gebeuren.

Meten en weten omtrent vitaliteit, immuniteit en storingen wordt heel interessant. Het is nu ook mogelijk om ter plaatse uit te maken welk mineraal de bodem nu echt nodig heeft; is het nu een particuliere tuin, een weiland, een omgeploegd maisland of een frisgroen tarweveld; om het even…. Iedere stof heeft een frequentie; het juiste mineraal zal dus ook correct (of meer correct) bijdragen aan voeding en leven in de bodem en plant/boom.

1. Recente resultaten

1.1. Recente resultaten 2016 in beeld van "voor" e "na"

     
       
Buxus spp (cylindrocladium)
     
Buxus
     
Fraxinus excelsior
     
Elaeagnus/olijfwilg

1.2. Recente resultaten 2015 in beeld van "voor" en "na"

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

1.3. Recente resultaten 2014 in beeld van "voor" en "na"

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
   
 
     
   
 
   
 
   
 
   
 
     
   
 
   
 
   
 
   
 

1.4. Recente resultaten 2013 in beeld van "voor" en "na"

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
Door vitalisering (op verschillende vlakken) reageren behandelde bomen en hagen wel vlotter.
Algemeen komt het erop neer dat onze bomen en ander groen in 2013
  • later reageren op de lente dan vroeger
  • moeilijker blad en bloem aanmaken
  • in dezelfde tuin dus later in blad/bloem komen (een maand !)
  • moeilijker reageren op snoeiwerkzaamheden
  • meer te maken krijgen met allerhande ziekten en plagen
  • gevoeliger geworden zijn aan hitte- en droogtestress
  • gevoeliger geworden zijn aan zogenoemde "gebreksziekten" (gebrek aan ijzer, mangaan, magnesium, ...)
  • het hoe langer hoe meer het plots kunnen laten afweten (of delen van de plant)

1.5. Resultaten 2012

     

Beeldmateriaal van een Cryptomeria japonica tegen een bedrijfsloods voor en na de behandelingen. De plant groeit weer, is veel donkerder van kleur en heeft een veel betere tak- en naaldstand.


Beeldmateriaal van Lonicera spp, Buxus sempervirens en Taxus baccata in diverse kwekerijen (Belgie) op het einde van het groeijaar van 2012. Deze planten kregen geregeld combinaties toegediend van mineralen en micro-organismen. De groei was zeer egaal en de aantastingen van schimmels en insekten waren zo miniem dat scheikundig ingrijpen overbodig was.


     
Beeldmateriaal van druivenras Müller-Thurgau op dezelfde lokatie (omgeving Ieper, Belgie) in 2011
(BEFORE): kleine vruchten en kleine trossen, ongelijke groei, weinig scheutvitaliteit,… Zelfs planten die afsterven of gevoelig zijn voor bladverkleuring/gebreksziekten.
(AFTER) situatie in 2012 na aanbrengen vanaf het voorjaar van 2012  van het Effectieve Micro-organismenprincipe en mineralen zoals o.m. Bokashi, Vulkamin en Oenosan kalkmeststof: wijnstokken zijn veel vitaler, grotere trossen en grotere vruchten, egaler bladkleur, minder korstmossen op de plantvoet,… Planten doen het stukken beter dan vorig jaar en zijn minder ziektegevoelig, ondanks de kwakkelzomer en –najaar van 2012

     
Salix spp in korteomloophout (omgeving Ieper/Wervik, Belgie) die teruggezet werd in januari van 2012, maar die tot begin juli geen echte doorgroei kende, niettegenstaande het voorjaar van 2012 nochtans niet droog was. Na verdere ontstoring op 3 juli is het gewas op eind augustus (na 2 maand) nog in volle groei met weinig aanwezigheid van schimmels of insekten. De kleur van de wilgen in augustus is ook stukken beter dan deze in juli, vergeleken met de kleur van de elzengroep vooraan rechts in beeld

     
Evolutie van een zomerlinde (Vredesplein Diksmuide, België) rechts op het beeld, die in 2011 grote problemen vertoonde met luizen, dauwdrup, bladopdroging en bladval, massa’s korstmossen tot zelfs sporen van bloedingen op de stam.. Daarnaast: de situatie exact een jaar later: een veel betere habitus, betere bladmassa en bladkleur, geen insektenaantasting meer, geen bloedingsverschijnselen, enz. Zelfs de niet-behandelde boom ernaast is erop verbeterd (vooral ook door de invloed van het wegnemen/verminderen van elektromagnetische storingen in de omgeving)

         

       
Andere resultaten van "voor" en "na" volgen nog van diverse plantensoorten en op diverse lokaties (Tilia, Buxus, Taxus, mais,…)

Andere resultaten van “voor” en “na” volgen nog van diverse plantensoorten en op diverse lokaties (Tilia, Buxus, Taxus, mais,….)

2. Vroegere resultaten

2.1. resultaten enkel door ontstoring: bomen en hagen kunnen ‘herstarten’

2.1.1. Boom Richelieu Kemmel

Reactie van een boom van ongeveer 80-90 jaar oud enkel door ontstoren in het voorjaar van 2010. De boom is vrijgezet van elektromagnetische vormen van storing en kan weer herstarten” (ref: Wateraders). Het mogelijk gebruik van vitaliserende produkten zal de boomreactie nog versterken. Foto's van mei, juni en juli 2010.

2.1.2. Crataegus of meidoornhaag in landelijk gebied

 

Verschil van uitzicht tussen een volgroeide – nog niet uitgelopen - meidoornhaag vol korstmossen bij het ontstoren rond half april 2010  en dan de “vrijgezette” haag rond half mei 2010. Veel hagen (algemeen) groeien niet meer door de aanwezige storingen en veel plantsoorten binnen de Rosacaea zijn sterk onderhevig aan de aangroei van korstmossen op takken en twijgen door de aanwezigheid van zwerfstromen. Worden bomen dode materialen?

 

2.1.3. Ligustrum bolvormen op stam in volle grond

 

Reactie van deze plantvormen met beeld van eind april 2010 (moment van ontstoring) en verder van half augustus 2010 (ref: Wateraders) .

2.1.4. Bomen in vrije landschap die moeilijk in blad komen in het voorjaar

 

Beeld van vrijstaande populieren rond half mei 2010 (datum ontstoring) die niet samen uitlopen en de toestand van dezelfde bomen tijdens de zomer (ref Wateraders)

2.2. Resultaat van ontstoring + gebruik van natuurlijke middelen

2.2.1. Bomen / straatbomen Openbaar domein

2.2.2. Bomen en hagen particuliere tuinen

2.2.3. Boomkwekerij

2.2.4. Bosbouw - houtproductie

Populieren bestanden met grote storingen en bijgevolg weinig groeikracht en zware aantastingsgraad van populierenroest. (situatie 2010 en 2011)

2.2.5. Fruitbomen / bio fruitteelt (resultaat op leifruit)

Het vrijzetten van storingen en het aanbrengen van natuurlijke middelen leidt tot een gezond blad en mooie vruchten (hier leifruit; zomer 2009).

 

Dit is het resultaat van een appelboom ontstoord en niet ontstoord met puntfrequenties aan de boomvoet; let op de vruchtgrootte van twee naast elkaar staande bomen; zomer 2009)

   

Resultaten op appelleibomen (aug 2009)

2.2.6. Druiventeelt/wijnbouw

 

beelden van volgroeide druiven, eind aug 2010. Minder "gestoorde" planten, hebben minder last van gebreksziekten (Mg bijvoorbeeld) dan de voriger jaren

   

Vergelijking naar houdbaarheid van Cabernet franc druiven behandeld en niet behandeld met Oenosan  zo’n 13 dagen na pluktijdstip (bron Agraphyt)

2.2.7. Kleinfruit

2.2.8. Hopteelt

   

Natuurlijke middelen kunnen een groot plusplunt zijn in de vitaliteit, immuniteit en opbrengst van hop

 

2.3. resultaten bij water, vijvers en waterpartijen

2.4. resultaten in landbouw

2.4.1. resultaten op vroege aardappelen in het zeer droge voorjaar en voorzomer van 2011

Deze aardappelen van de soort Amora  werden gepland in een bodem (textuur zand- lemig zand) in de streek van Koekelare (West-Vlaanderen, Belgie) eind april 2011. De opbrengst was zo’n 32 Ton/ha – gelijklopend met beregende aardappelen – hoewel ze NIET beregend werden. Niet beregende aardappelvelden in deze zandige regio haalden slechts een opbrengst van 10-15 Ton /ha. Dus: bingo voor de boer in kwestie.
Het systeem: natuurlijk middelen afwisselend spuiten met de klassieke plaagbehandeling.(voor zover nodig in droge perioden)

2.4.2. resultaten op bonen

Bonen zijn een gevoelig gewas en blijkbaar ook aan elektrosmog e.d..  De foto’s van de bonen toonden de week voordien een overwegend gelige kleur, maar door één bespuiting met natuurlijke middelen, kwam de groei en de kleur erin. Het veld werd nagemeten naar de invloed van gsm stralingen uit de omgeving – dit was positief -  en werd dus ook “ontstoord” in die zin, wat ten goede komt aan de groeikracht. We onderhouden jullie van verder nieuws over deze bonen.

 

3. Referenties

3.1 Enkele boomkwekerijen

enkele tuinondernemingen & particuliere tuinen die het micro-organismen en mineralen verhaal toepassen of waar het toegepast wordt.. Sommigen aannemers onder hen gebruiken zelfs geen insekticiden en fungiciden meer.

3.3 Monumentbomen