1. Evolutie van het verval van boomgroepen in de tijd
    • boomgroepen na twee jaar
           
           
       

      Beelden van dezelfde coniferengroepen in een Oost-Vlaamse stad op nog geen twee jaar tijd

           
       

      de zelfde kastanjebomen in een tussentijd van 2 jaren

           
       

      de zelfde relatief jonge coniferen over een periode van twee jaar

    • volwassen bomen
           
       

      Eenzelfde Betula varieteit op dezelfde lokatie op dezelfde grond en dezelfde ouderdom en op 100 m van elkaar gepland; de ene is gestoord en “in afbraak”; de andere niet.

    • boomgroepen tijdens het groeijaar: deze jonge bosaaanplant staat al twee jaar aangeplant (op originele landbouwgrond !), maar er komt letterlijk geen schot in de zaak.
  2. Bomen en bossen, hagen en struiken
    • moeilijk en ongelijk uitlopen; veel storingen zijn te wijten aan electromagnetische invloeden
           
       
           
       

      Beuken, populieren, esdoorns, lindes, ... hebben eind mei nog onvoldoende blad of nog niet voldoende uitgegroeid blad. Sinds 2005 wordt dit uitlopen elk jaar dramatischer voor hoe langer hoe meer bomen. Grote bomen zoals die linde (in augustus)komen nooit volledig in blad en hebben dus te weinig ‘omzet” om groei en zelfbehoud te creëren. Deze bomen worden prooi aan vooral wortelziekten. Dit is de reden waarom grote bomen nu veel letterlijk omwaaien (zonder dat de storm hierom spectaculair zwaar moet zijn)

    • storing door elektrosmog van de omgeving
           
       

      Stamverkleuringen, korstmosaangroei, boomkroonsegmenten zonder blad, krom groeien van stam, enz. zijn tekenen van storingen van elektromagnetische oorsprong. Soms staat de storingsbron werkelijk naast de boom (hier het voorbeeld van die elektriciteitskast). Een elekrische kast of schakeling of verlichting hoeft niet onder stroom te staan om te storen. Opgepast: niet alle elektrische leidingen of elektriciteitsmasten zijn daarom storend!

    • diverse korstmossen op boomstammen of in boomkruinen
           
       

      Korstmossen hebben te maken met frequenties en het aantal korstmossen kan sterk verschillen van boom tot boom (zelfs binnen de soort en in dezelfde omgeving) door de vorm van storing en het verschil in “antennefuntie (= gezondheid)” die deze twee bomen beheerst. Korstmossen hebben ook te maken met gezonde lucht, maar dit zijn dan heel andere species dan deze die voorkomen op gestoorde planten.

    • bomen en bomen in bossen vol klimop op de stam
         

      Solitaire bomen en bosbestanden worden overwoekerd door stamopslag door klimop. Dit was vroeger minder tot niet het geval

    • cancerogene aantastingen in stamdoorsneden
           
           
       

      Veel bomen en houtopstanden hebben kankers in de doorsneden van hun stammen en vooral vanaf de jaren 2003-2004 (wereldwijde vaststelling). Zelfs zeer jonge bomen hebben ermee te maken

    • afsterven van boomkruinen en zelfs van hun parasieten
           
       

      Bomen staan zodanig zwak dat zij ieder jaar verder aftakelen en zelfs hun parasietplanten zoals maretak, zwakt ook af en sterft tenslotte (omgeving Brussel zomer 2009)

    • Twee van de drie jonge Betula spp lopen niet meer uit in het voorjaar. Storing van achterliggende TV toren vol gsm- en andere zendsystemen. De evolutie is verder degressief in 2011.
    • Jonge kastanjeaanplantingen zoals hier op de Tervurenlaan in Brussel doen het niet. Deze bomen starten in het voorjaar, hebben een beperkte groei en bladmassa en verliezen zeer snel hun bladeren. Als openbare instanties verantwoordelijk voor deze aanplant niets ondernemen, komt niets van deze aanplant terecht binnen enkele jaren.
    • Bomen in de omgeving van zendmasten (hier een Astrid communicatiemast) hebben het moeilijk.
       
           
    • kruinsterfte / fysiologische stoornissen/geblokkeerde planten/ijle gewasstand
           
           
       
           

      Bomen en struiken kunnen zodanig gestoord zijn dat zij niet meer uitlopen, maar toch in leven blijven (Buxus spp in voortuin). Taxushagen groeien niet meer, planten raken onder de groene aanslag. Het lijkt of alles schimmelziektes krijgt. Knotwilgen zijn beperkt tot 1 of 2 hoofdtakken in de kroon. Door storingen laten de bladverliezende bomen, veelal voortijdig hun bladeren laten vallen. Eenmaal ontstoord, kunnen zij nog hetzelfde jaar terug blad aanmaken; dat kan zelfs augustus zijn of na een droogteperiode.

    • bomen (ook nog jonge bomen) gaan scheef hangen

      Zelfs relatief jonge bomen komen scheef te groeien en hebben niet te kracht om dit te stoppen; laat staan te corrigeren.

    • Bomen die teruggesnoeid worden om de boom te reduceren en/of om de hergroei te prikkelen, komen er niet meer uit en sterven een langzame dood. Een 10 jaar terug was dit anders; teruggesnoeide bomen kenden een ferme groeistoot na de ingreep. Bomen zijn soms zodanig gestoord dat zij niet meer kunnen “her”starten.
    • Coniferenhagen of coniferen als solitair en buxusplanten gaan openvallen of neerhangende takgroei vertonen en scheef gaan groeien, onafhankelijk van de overheersende windrichting
    • onvolledige bloei

      Heestersoorten zoals deze  bloeiende Hamamelis/Toverhazelaar (begin maart 2010) kunnen zodanig gestoord zijn dat hun kruintoppen niet tot bloei komen en gewoon verdrogen. Dit heeft hier niets met gebreksziekten te maken. De plant in kwestie heeft na ontstoren wel degelijk en volledig gebloeid in het voorjaar van 2011

    • vroege herfstverschijnselen
           
       

      Veel herfstverkleurders zoals Parrotia, berk, Hamamelis, Amerikaanse eik, … komen midden de zomer in verkleuring, worden bruin en laten hun bladeren vallen. Dit zijn beelden van een gestoorde (= meer roodverkleuring) en een minder gestoorde Parrotia (meer groen blad) op dezelfde lokatie midden augustus (dit is minimum een maand vroeger dan 10 jaar terug. Vooral oude, monumentale coniferen zijn hiervan ten prooi

    • zware takbreuk bij storm of sneeuw of zomaar
    • terugvallen van auto-immuunsysteem waardoor veel ziekten en plagen geactiveerd worden (schors- en spinthoutkevers, Verticillium, …)
           
       

      Naast kankers, kunnen ook diverse houtkevers schade veroorzaken aan zelfs jonge bomen (Populus spp, voorjaar 2009). Buxus wordt dicht bij een storingsbron veel gevoeliger aan aantastingen van schildluis en schimmelziekten

    • Planten worden gevoelig aan hittestress
       
           

      Planten met storingen zoals deze Acer spp worden meer gevoelig aan hittestress bij overmatig zonlicht en verder ook aan taksterfte en schimmelaantastingen

    • Productiebossen (populieren bijvoorbeeld): groot verschil tussen gestoorde en niet-gestoorde bomen
           
       

      Houtproduktie van populieren in laaggelegen weide situatie half sept 2010: één boom is niet gestoord en groeit veel sneller en zonder schimmelproblemen; de anderen zijn zwaar tot heel zwaar aangetast met zware en vroege bladval tot gevolg

  3. Fruitbomen: productie van niet-smakelijke vruchten
    • productie van niet-smakelijke vruchten

      vruchten rijpen niet of moeilijk af / overgevoeligheid aan ziekten en plagen. Na ontstoren komen deze vruchten tot rijping (in 2010 waren ontstoorde pruimenbomen nog  volledig aan het afrijpen rond 10-15 oktober met goed resultaat !)

       
        beeld van pruimenboom begin augustus 2009: de boom is gestoord en de vruchten rijpen niet af  
    • productie van kleine vruchten

      bomen in de rij hebben soms veel kleinere vruchten dan hun soort- en rijgenoten (en ook hun bladstand is minder !). Dit wordt veelal aangeschreven aan droogte, hoewel men niet beseft hoever een boom met zijn wortels reiken kan. Wij meten  andere  storingen van grootvruchtige bomen tov hun meer kleinvruchtige rijgenoten!

         
        plukrijpe appelen van het ras 'Lombarts Scarville': achteraan twee normale exemplaren; vooraan afwijkingen, diverse misvormingen, verdrogingen (die in de boom blijven hangen !); rode plekken al dan niet verzonken, enz… Deze boom staat wel dicht bij een Astrid zendmast (zendmast voor telecommunicatie van overheid- hulpdiensten)  
    • gevoeligheid aan ziekten

      idem dezelfde redenering waarom bepaalde bomen in de rij ziek worden of meer gevoelig zijn voor aantastingen van bijvoorbeeld (schild)luizen, bladverlies, …

         
        Plagen worden heviger: hier gevolg van zware slakkenvraat op appelen (op eind van natte julimaand 2011)  
  4. Druiventeelt

    ziektegevoeligheid / gevoelig aan droogtestress en gebreksziekten / moeilijke afrijping van vruchten door storingen (vruchten blijven zuur, rijpen niet af en blijven zeer lang aan de plant hangen)

    ESCA is een gevreesde ziekte die meer en meer uitbreiding kent. Met het geregeld aanbrengen van natuurlijke middelen én veldontstoring kunnen we planten wel doen herstarten waardoor een totaal produktieverlies wordt vermeden en zieke planten regenereren.

  5. Boomkwekerij

    veel sterfte en uitval door (vooral) bodemschimmels met als onderliggende faktor: storingen door elektrosmog.

    Taxusvelden kunnen “gaten” vertonen zonder direct aanwijsbare redenen; elektrosmog in combinatie met wateraders kunnen hiervan de oorzaak zijn. Deze Carpinus japonica in de rij, wordt geraakt door een geaktiveerde aardstraal vanuit het zuid-westen en is daardoor afgestorven Taxus krijgt een ijle gewasstand door naaldval bij storingen en witverkleuring van naalden (ook door hittestress)
  6. Openbaar groen

    instabiliteit van bomen - veel boomsterfte bij straatbomen - dunne bladstand van veel bomen in parken
    Veel grote bomen in parken hebben een zeer dunne bladstand (beeld eind sept 2009) wat een hypotheek is op hun vitaliteit, onderlinge concurrentie en wortelgezondheid.

    Veel bomen die geplant worden, starten niet of slechts gedeeltelijk of beperkt in tijd of gaan afsterven na verloop van de zomer, ondanks watergiften. Bomen langs wegen hebben zowieso meer te lijden van storingen dan andere (strooizouten, windvlagen, beperkte plantput en wortelvolume, zwerfstromen van elektrische leidingen, …). Onze toenemende draadloze communicatiesytemen be´nvloeden het aardmagnetisch systeem in die zin dat "geactiveerde aardstralen" terug te vinden zijn in het zuid-westen en in het noord-westen en dit om de 8-10 m loopafstand tussen de aardstralen. Wanneer bomen op deze lijnen komen te staan, sterven zij uiteindelijk af en gaan zij uiteindelijk meegroeien met de richting van waaruit de geactiveerde aardstraal (met zijn specifieke storingen) komt. Dit leidt soms tot zeer gekke situaties, ondanks de bijkomende trekpaal die geplaatst werd. Herplanten van bomen op deze plaatsen heeft geen zin (zonder "ontstoring"). Er zijn situaties bekend waar de boom 5 x werd herplant, ondanks de goede zorgen en voorbereiding !

         
          deze straatbomen werden al een tweetal keer geplant, maar zonder resultaat. Het zijn telkens dezelfde bomen (geraakt door zo'n aardstraal) die afsterven. Dit is een verliespost voor de uitvoerende aannemer en de opdrachtgevende besturen hebben (nog) geen oren naar deze reden van afsterven.  
         
         
    straatbomen die op een geactiveerde aardstraal staan, worden door de aardstraal afgedood en meegetrokken in de richting van de storing.
    Deze storingslijnen trekken zich vaak verder door in aanliggende private aanplantingen.
         
      Deze jonge lindeboom in het Nederlandse Made is volledig (elektromagnetisch) geblokkeerd (door een grote GSM-mast in de buurt van begin 2011 opgesteld) en is begin juli 2011 slechts gedeeltelijk uitgelopen. Deze boom is ten dode opgeschreven indien hij niet snel van deze aardmagnetische storingen wordt vrijgezet   Het verschil tussen een gestoorde lindeboom (links) en een niet-gestoorde lindeboom (rechts); nochtans zelfde soort, orientatie, standplaats, … Let op takstand, bladkleur en hoeveelheid zaden tussen de verschillende bomen (situatie begin aug 2011)  
  7. Tuinaanleg

    niet alles wat geplant wordt, wil groeien, ondanks de goede zorgen en voorbereiding
    Sierbomen komen tot nulgroei met kleine blaadjes en gele kleur, ondanks het perfect onderhoud.

         
      Deze taxussen in de rij zijn afgestorven als zij komen te liggen op geaktiveerde aardstralen (hier om de 8 m vanuit het zuid-westen)   bomen en heesters kunnen plots verkleuringen krijgen in de kruin. Dit "systemisch uitvallen' van "fysiologische oorsprong" – hier op Carpinus - leidt vaak tot een afgestorven tak het volgend groeijaar.  
  8. Interieurbeplanting en serres

    kan door elektrosmog zodanig ontregeld zijn dat planten er niet gezond in kunnen leven en groeien; laat staan dat je in die serres vergelijkende proeven opstelt inzake gewasbescherming, bemesting, enz…..

  9. Plantensoorten en variëteiten die blijkbaar wel zeer gevoelig zijn aan elektromagnetische verstoringen

    In wezen zijn alle planten gevoelig aan elektromagnetische verstoringen, maar volgend lijstje is kenmerkend voor iemand die er dagdagelijks mee geconfronteerd wordt. Dit wel NIET zeggen dat dergelijke planten niet meer mogen aangeplant worden of geen kans zouden hebben tot verderleven.

    • Aesculus hippocastanum (witte paardekastanje): er is een nauw verband tss het begin van het GSM tijdperk  vanaf het jaar 2000 en het begin van de systemische ziekten zoals bloedingsziekte op paardekastanje. Andere Aesculus soorten zijn minder gevoelig (Aesculus carnea, Aesculus parviflora,…)
    • Berberis spp : vooral de bruinbladige soorten komen pleksgewijs tot een dwerggroei vol korstmossen op stam, takken en twijgen
    • Betula spp (berken) veel berken hebben weinig kroonvulling en afhangende takken
    • Clematis spp (bosrank) : Clematishagen die onderhevig zijn aan bepaalde aardstraalaktiviteiten lopen maar voor de helft uit en blijven zo het hele groeijaar door geblokkeerd.
    • Crataegus spp (meidoorn): komen later in blad dan vroeger, staan ijl in blad, hebben een gelige bladkleur ’s zomers en laten vroeg hun bladeren vallen. Is hier ook een verband met de hogere gevoeligheid aan bacterievuur de laatste jaren ?
    • Juglans spp (walnoot) : de ervaring leert dat ontstoring zowieso een betere kroonvulling geeft en grotere noten aan deze boomsoort.
    • Nothofagus anthartica (schijnbeuk)
    • Salix ‘Hakuro Nishiki’ (bonte sierwilg) de bontbladigheid van deze species zal ook te maken hebben met zijn gevoeligheid tot afsterven (door gevoeligheid aan hittestress bij hoge en langdurige zonintensiteit)
    • Sambucus nigra (gewone vlier): deze pioniershoutsoort doet het niet goed, heeft veel van zijn spontane groeikracht verloren en heeft vaak half augustus geen bladeren meer. Sambucus racemosa (in private tuinen) heeft het ook moeilijker dan vroeger om zijn pracht te handhaven.
    • Sorbus aucuparia (kleinbladige lijsterbes): veel van deze bomen zien we jaarlijks verder wegkwijnen tot afsterven, vooral als straatboom (combinatie van zwerfstromen + verkeer + beperkte standplaats)
    • Tilia spp (Linde)
    • Viburnum plicatum spp: vooral als die geraakt worden door een ZW gerichte aardstraal, draaglijn van GSM storingen, is dit nefast.